A tool to measure the possible health gains of a running event

Mass participation events are becoming more popular worldwide. They have the potential to increase and sustain physical activity (PA) among participants (Lane et al., 2012; Murphy et al., 2015; Crofts et al., 2012). Research shows that every 30 minutes of physical activity (PA) contributes to 0.00022 gained Quality Adjusted Life Years (QALY’s) for people who are not active enough (Fordham & Barton, 2008). However, very little evidence is available about the health benefits of sporting events (McCartney, 2010). In this study the additionally performed PA for (previously) inactive persons in their preparation for a mass participation running event was researched. From these outcomes we estimated the gained QALYs among those participants. Lees meer

Marikenloop zorgt voor 8 miljoen extra beweegminuten

Nijmegen – De 15e Marikenloop at the park heeft in 2017 gezorgd voor bijna 8 miljoen extra beweegminuten onder de deelneemsters. Onderzoek van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen laat zien dat de extra beweegminuten in de voorbereidingsperiode op het evenement gemaakt door voorheen inactieve vrouwen een gezondheidswaarde van 222.000 euro voor de samenleving opleveren. Bovendien blijkt dat 96% van de deelneemsters na afloop tevreden is over haar gezondheid. De nieuwe Marikenloop at the park werd door deelneemsters gewaardeerd met een cijfer van 8,6. Lees meer

KLM Open 2016 goed voor de regio

Van 8 tot en met 11 september was de 97e editie van het golfevenement KLM Open op de golfbaan The Dutch in Spijk, gemeente Lingewaal. In opdracht van de gemeente Lingewaal heeft de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) de economische impact en de toerisme aspecten van het KLM Open onderzocht en een bezoekersprofiel opgesteld. De resultaten zijn nu bekend. Lees meer

Hoe kan Groesbeek haar sport-toeristisch potentieel beter benutten?

Dankzij de toenemende interesse voor sport in de samenleving zien steeds meer landen, steden of regio’s naast het maatschappelijke belang van sport ook de economische waarde ervan in. Naast klassieke vormen van toerisme wordt nu ook sporttoerisme gezien als uniek middel om toeristische bestemmingen te differentiëren op een groeiende en steeds competitievere toeristische markt. De regio Groesbeek (sinds 2015 gemeente Berg en Dal) is een gebied met een bijzonder landschap en vormt een interessante basis voor onderzoek naar de relatie tussen enerzijds sport toeristisch potentieel en anderzijds het imago van Groesbeek. Lees meer

Parklopen levert additionele beweegminuten op

Additionele beweegminuten bij Parklopers

Het nieuwe initiatief Parklopen zorgt ervoor dat burgers die niet aan de fitnorm voldoen in beweging komen. Uit onderzoek van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen blijkt dat de eerste 6 edities 2.000 additionele beweegminuten heeft opgeleverd. Lees meer

Onderzoek HAN: GIROSTART leverde Gelderland een positiever imago op

Vandaag publiceerden Giro Gelderland en HAN Sport en Bewegen de resultaten van het evaluatierapport van de start van de 99e Giro d’Italia in Gelderland. Vanuit HAN Sport en Bewegen is door sporteconomen een onderzoek gedaan naar de economische en maatschappelijke effecten van de Giro. De HAN werkte hiervoor nauw samen met onderzoekers van de Radboud Universiteit, Universiteit Utrecht en onderzoeksbureau Decisio. Het onderzoek is uniek in Nederland. Nooit eerder werd er op zoveel thema’s en over zo’n lange periode een sportevenement in Nederland geëvalueerd.  De onderzoeker keken onder meer naar de economische impact, media-aandacht en organisatorische waarde van Giro Gelderland. Ook zijn de maatschappelijke effecten zoals sportdeelname, sociale cohesie, trots en het draagvlak onder de Gelderse bevolking op korte (direct na het evenement) en wat langere termijn (vier maanden later) in kaart gebracht. Lees meer

Presentatie evaluatie Giro Gelderland 2016

Op dinsdagmiddag 15 november worden de resultaten van de evaluatie van Giro Gelderland 2016 gepresenteerd op Papendal. Deze evaluatie is uitgevoerd onder projectleiding van HAN Sporteconomie in de persoon van onderzoeker Willem de Boer. In samenwerking met onder meer de Radboud Universiteit, Decisio, Universiteit Utrecht en het Mulier Instituut is onderzoek gedaan naar onder meer de economische en maatschappelijke impact en de toeristische en organisatorische waarde van de Girostart in Gelderland in opdracht van Giro Gelderland. De uitkomsten van dit onderzoek zullen woensdagmiddag ook op deze website gedeeld worden.  Lees meer

Atletiekeconomie: half miljard euro consumentenbestedingen

Voor het brancherapport Atletiek bracht Jelle Schoemaker in samenwerking met het Mulier Instituut de atletiekeconomie van consumenten in kaart. Lees meer

Optimaliseer je (wielerevenement)

Om op het economisch potentieel en belevingsperspectief van de deelnemers aan wielerevenementen te vergrotenheeft HAN SENECA Sports Economics Research Centre een onderzoek uitgevoerd onder kleine en middelgrote wielerevenementen in Gelderland. Dit onderzoek richtte zich op de mate van samenwerking met ondernemers in recreatie en toerisme om de wielerevenementen te verbeteren en extra economische spin-off te genereren.

Lees hier het volledige artikel op allesoversport.nl

Giro d’Italia in Gelderland krijgt 8,1 van bezoekers

De sporteconomen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen deden onderzoek  bij de start van de Giro d’Italia in Gelderland naar de waardering over het evenement. Tijdens de ploegenpresentatie en de drie etappes zijn daarvoor ruim 1200 bezoekers ondervraagd. Deze bezoekers uit binnen- en buitenland gaven gemiddeld een 8,1 voor het gehele evenement.  Lees meer

Brancherapport atletiek

Tijdens de Dag van de Atletiek (19 maart ’16) op Sportcentrum Papendal is het eerste exemplaar van het brancherapport Atletiek in Nederland uitgereikt. Theo Hoex, voorzitter van de Atletiekunie, overhandigde het eerste exemplaar aan Bart Zijlstra, directeur Sport van het ministerie van VWS.  Het Brancherapport ‘Atletiek in Nederland’ is als PDF-bestand hier te downloaden.

Het Mulier Instituut bundelt in zijn vierde brancherapport de beschikbare kennis over atletiek in Nederland en biedt daarmee een overzicht van de Nederlandse atletiekwereld in al zijn facetten. In Atletiek in Nederland wordt ingegaan op de geschiedenis van atletiek, de beoefenaars, de organisatiestructuur en accommodaties, maar het brancherapport geeft ook inzicht in thema’s als evenementen, economie, topsport en gezondheid. Het brancherapport atletiek is samengesteld door onderzoekers van het Mulier Instituut, de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN Sport en Bewegen) en Radboud UMC, onder redactie van Koen Breedveld en Paul Hover (Mulier Instituut) en in nauwe samenwerking met de Atletiekunie en uitgeverij Arko Sports Media.

Jelle Schoemaker en Willem de Boer schreven mee met de hoofdstukken Evenementen en Economie.

Effecten van het sluiten van sportaccommodaties

Wat zijn de maatschappelijke effecten van het sluiten van sportaccommodaties?

Het Sports Economics Research Centre (SERC) van de HAN heeft onderzoek uitgevoerd naar de maatschappelijke effecten van de (mogelijke) sluiting van sportaccommodaties. De aanleiding voor dit onderzoek is voortgekomen uit een praktische en theoretische aanleiding. De praktische aanleiding is dat veel gemeenten kampen met bezuinigingen en dit ook in de sport moeten doen. Dat kan er toe leiden dat zij sportaccommodaties sluiten of dit overwegen. Over de effecten van mogelijke sluiting is nog weinig bekend. Het doel van dit onderzoek is dan ook het verkrijgen van inzicht in de maatschappelijke effecten van de (mogelijke) sluiting van sportaccommodaties. Dit wordt verwezenlijkt middels kwalitatief onderzoek bij drie casussen:

  • sporthal de Groenendaal in Ede (gemeente overweegt deze hal te sluiten)
  • sportpark Uitwierde in Delfzijl (sportpark is in 2015 gesloten)
  • IJssportcentrum in Eindhoven (gemeente overweegt sluiting)

Bij alle drie sportaccommodaties zijn gemeentelijke bezuinigingen de belangrijkste aanleiding voor de (mogelijke) sluiting. Bij de verschillende casussen zijn er meerdere betrokkenen gesproken. Aan iedere betrokkene zijn dezelfde vragen gesteld middels een semigestructureerde vragenlijst. Op deze manier is er een overkoepelend beeld verkregen over de verschillende cases. Alle geïnterviewde betrokkenen zijn de volgende maatschappelijke effecten voorgelegd: fysieke en mentale gezondheid, sportparticipatie, opvoeding en socialisatie van kinderen, sociale samenhang, economische factoren, innovatie en duurzaamheid.

Maatschappelijke effecten verschillen per casus

Uit het onderzoek is gebleken dat niet eenduidig vast te stellen is welke maatschappelijke effecten komen kijken bij de (mogelijke) sluiting van sportaccommodaties. Iedere casus verschilt van elkaar omdat het verschillende typen sportaccommodaties zijn: een sporthal, sportpark en IJssportcentrum, in verschillende gemeenten: Ede, Delfzijl en Eindhoven met verschillende achtergrondinformatie. In Ede is er sprake van een accommodatieoverschot, in Delfzijl is er een verkeerde locatie voor het sportpark gekozen en in Eindhoven is er sprake van een economisch verhaal binnen de gemeente. Dit geeft dan ook vaak verschillende uitwerkingen op dezelfde maatschappelijke effecten. Zo heeft de mogelijke sluiting van het IJssportcentrum in Eindhoven een negatief effect op de sportparticipatie, terwijl er bij de sluiting van sportpark Uitwierde in Delfzijl gesproken wordt van een positief effect. Ook het maatschappelijke effect ‘sociale samenhang’ brengt wispelturige resultaten met zich mee. Sluiting van de sporthal in Ede heeft volgens geïnterviewde personen geen effect, terwijl in Delfzijl wordt aangegeven dat de sociale samenhang zal versterken. Wel komt er bijna unaniem naar voren dat nieuwe samenwerkingen een belangrijk (potentieel) effect is voorde maatschappij bij de sluiting van sportaccommodaties. Zo gaan in Ede gebruikers van sporthal De Groenendaal naar andere sporthallen en wordt er gesproken over mogelijke samenwerkingsprojecten om invulling te geven aan sporthal de Groenendaal zelf, in Delfzijl zijn twee voetbalverenigingen gefuseerd door dit verschijnsel en in Eindhoven zijn verschillende CEO’s (algemene directeuren van bedrijven) in gesprek om mogelijke samenwerkingen te realiseren om het IJssportcentrum open te kunnen houden.

Open communicatie zorgt voor een beter proces van sluiting

De drie verschillende gemeenten die zijn benaderd voor dit onderzoek hebben alle drie een geheel andere procesvoering (gehad) en hebben betrekking op een ander soort sportaccommodatie. In het onderzoek over de sporthal de Groenendaal in Ede is gebleken dat er problemen zijn bij de bewonersvereniging, waar communicatie de oorzaak blijkt. Wanneer de gemeente haar bewoners meer zal betrekken en open communicatie verleent zodat er geen misverstanden en roddels ontstaan, zal de procesgang een stuk gemakkelijker gaan. Wanneer er gekeken wordt naar de procesgang met betrekking tot sportpark Uitwierde in Delfzijl, kunnen veel gemeenten daar een voorbeeld aan nemen. De communicatie vanuit de gemeente is vanaf het begin af aan open geweest en er is gehoor gegeven aan wensen en behoeften van verenigingen die van sportpark hebben moeten switchen. De procesgang is bij deze casus voorspoedig verlopen, het aandachtspunt voor de toekomst zit in de verdere integratie tussen sportverenigingen. In Eindhoven is het duidelijk dat de gemeente nog in de volle procesgang zit met betrekking tot de besluitvorming en onderhandelingstijd. Het enige advies wat met betrekking tot deze casus gegeven wordt is dat er ruimte gecreëerd moet worden voor innovatie- en samenwerkingsprojecten door meer tijd te nemen voor het besluitvormingsproces.

Conclusie

Het maatschappelijke effect van de sluiting van een sportaccommodatie is een complex en gevoelig thema waar betrokken vaak verschillend over denken. De verwachte effecten hangen veelal samen met de karakteristieke informatie per onderzochte casus: ligging, regio, fase van besluitvorming, manier van communicatie.

Het onderzoek naar de maatschappelijke effecten van de (mogelijke) sluiting van sportaccommodaties is uitgevoerd door Kristy Meurs onder begeleiding van sporteconoom Willem de Boer, beide van het SERC. Zij zijn de geïnterviewde personen en de betrokken gemeenten (Ede, Delfzijl en Eindhoven) erkentelijk voor hun medewerking.

Het onderzoek is hier te downloaden.

Economische impact Giro d’Italia 2016 Gelderland naar schatting 11,25 miljoen euro

De start van de Giro d’Italia 2016 vindt definitief plaats in Gelderland. De Giro zal starten in Apeldoorn met een tijdrit, gevolgd door twee etappes van en naar Arnhem, respectievelijk Nijmegen. Voor het besluit om de start van de Giro naar Gelderland te halen heeft de provincie Gelderland de sporteconomen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) gevraagd een haalbaarheidsonderzoek laten uitvoeren. Hieruit komt naar voren dat een Girostart zowel organisatorisch mogelijk is als maatschappelijk en economisch gezien aantrekkelijk kan zijn voor Gelderse burgers en bedrijven. Onderzoeker Willem de Boer: “wij denken dat er op de drie etappes afzonderlijk 460.000 toeschouwers zullen afkomen, waarvan 8% uit het buitenland. De Girostart levert de Gelderse economie een extra impuls op van 11,25 miljoen euro. Daarnaast lijkt er ook een groot draagvlak voor de komst van de Giro te zijn onder de plaatselijke bevolking.” Van de Gelderse bevolking vindt 68% de komst van een grootschalig wielerevenement een goed initiatief. Ruim 40% zou er zelf ook aan willen bijdragen met gemiddeld 10 euro per persoon.

 

Start Giro in Gelderland heel goed mogelijk

De belangrijkste conclusie uit het haalbaarheidsonderzoek van het Sports Economics Research Centre (SERC) van de HAN is het heel goed mogelijk is om de Giro d’Italia naar Gelderland te halen. Een Girostart past goed bij het bestaande beleid van de provincie Gelderland ten aanzien van sport en evenementen en de ambities van de provincie gericht op de promotie van Gelderland in het kader van de vrijetijdseconomie. Gelderland beschikt daarbij over voldoende faciliteiten, infrastructuur en overnachtingsmogelijkheden voor de organisatie, de wielerploegen, media en bezoekers. Het organiseren van een evenement als de Girostart brengt wel risico’s met zich mee op het gebied van veiligheid van deelnemers en bezoekers en voor de financiën van de betrokken overheden. De risico’s lijken beheersbaar, mits zij goed worden gemanaged vanuit een compacte en slagvaardige evenementenorganisatie.

Overheden hebben kosten deels zelf in de hand

De totale kosten van een Girostart worden geraamd op 10,0 miljoen euro, met een bandbreedte van plus of min 1,65 miljoen euro. De fee die betaald moet worden aan de Giro-organisatie is hier bij inbegrepen. De overige kosten van de start van de Giro zijn echter omgeven door veel onzekerheden. De betrokken partijen hebben echter een groot deel daarvan zelf in de hand, bijvoorbeeld bij de opzet van de organisatie, het marketingbudget en de parcourskeuze.

Verwachte economische impact 11,25 miljoen

Het SERC verwacht een positieve directe economische impact van een Girostart voor de provincie Gelderland van zo’n 11,25 miljoen euro. Het gaat hier om extra netto-bestedingen in Gelderland ten opzichte van de situatie dat de Giro elders start. Van deze impact zal het leeuwendeel bij de horeca terechtkomen. Daarnaast leidt een Girostart tot zeer veel publiciteit, waardoor er veel kansen ontstaan voor het imago van Gelderland, de toeristische sector en het bedrijfsleven. Side-events kunnen helpen om de betrokkenheid van bevolking en het bedrijfsleven, maar ook de maatschappelijke impact te vergroten. De onderzoekers verwachten ook dat de economische impact van de start van de Giro op vrijdag tot en met zondag (11, 25 miljoen euro) substantieel meer economische impact met zich mee zal brengen dan van zaterdag tot en met maandag (9 miljoen euro). Er zullen in het eerste geval meer bezoekers komen, die gemiddeld langer blijven en vaker overnachten.

EI raming

Groot draagvlak onder Gelderse bevolking

Het draagvlak onder de Gelderse bevolking om de start van een grote wielerronde naar de eigen provincie te halen is groot (zie ook figuur onder). Bijna 70% van de Gelderlanders vindt de komst van een wielerevenement positief en ruim 60% zou het leuk vinden als de Giro door de eigen woonplaats komt. Maar liefst 41% van de Gelderse bevolking zou zelf ook aan de komst van een grote wielerronde willen bijdragen, gemiddeld zelfs iets meer dan 10 euro.

Draagvlak wielerevenement Gelderland (2015)

Het gehele haalbaarheidsonderzoek is hier te downloaden.

Voor meer informatie over het haalbaarheidsonderzoek van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen kunt u terecht bij het Sports Economics Research Centre, Willem de Boer (06-13076024; willem.deboer@han.nl) of Jelle Schoemaker (06-22745233; jelle.schoemaker@han.nl) of www.han.nl/sporteconomie.

De economische, maatschappelijke en toeristische impact van de WK Para-Cycling 2015.

Van 26 tot en met 29 maart 2015 werden de Wereldkampioenschappen Para-cycling 2015 gehouden in Omnisport Apeldoorn. Het evenement kende ruim 200 deelnemers die in verschillende categorieën voor visuele en lichamelijke beperkingen met elkaar de strijd aangingen. Het evenement werd door de The Organizing Connection georganiseerd en trok in totaal zo’n 1500 bezoekers die, verspreid over de vier wedstrijddagen, goed waren voor ruim 2400 afzonderlijke dagbezoeken. Een meerderheid (62%) van de toeschouwers kwam uit Gelderland, terwijl 12% afkomstig was uit het buitenland. Van de bezoekers was maar liefst 69% man en de gemiddelde leeftijd 47 jaar. De meeste toeschouwers kwamen voor de sport of om een familielid of kennis aan te moedigen, maar bijna een kwart was vooral gekomen voor één van de diverse side-events, waaronder arbeidsmarktbijeenkomsten. Bezoekers gaven gemiddeld iets meer dan 36 euro per persoon per dag uit, maar de buitenlanders daarvan maar liefst het driedubbele. Het evenement kreeg van de bezoekers een gemiddeld waarderingscijfer van 7,9.

De economische impact van de WK Para-cycling 2015 voor de provincie Gelderland was bijna zeven ton. De helft daarvan is afkomstig van de deelnemers en hun begeleiding. De netto bijdrage vanuit de organisatie aan de Gelderse economie is met € 253.000 ook aanzienlijk. De additionele bezoekersbestedingen waren relatief bescheiden. Er is ook gekeken naar de maatschappelijke en toeristische impact van het WK. Bezoekers vinden dit evenement belangrijk voor de integratie van mensen met een fysieke beperking en zij zelf hebben de intentie deze sport te blijven bezoeken en te volgen. Vooral buitenlandse bezoekers zijn positiever over Gelderland als vrijetijdsbestemming gaan denken.

 

Het volledige onderzoek is hier te downloaden. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Willem de Boer (willem.deboer@han.nl).

 

sporteconomie klein

Groot draagvlak voor komst Giro d’Italia naar Gelderland

De provincie Gelderland reserveert 5 miljoen euro voor de start van de Giro d’Italia in 2016. Dit stellen Gedeputeerde Staten voor aan Provinciale Staten in de begroting 2015 van de provincie.  De voorgenomen bijdrage van de provincie is voor een belangrijk deel gebaseerd op een haalbaarheidsonderzoek dat de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) in opdracht van de provincie liet uitvoeren.

Lees meer

We zitten wel te wachten op innovaties

Met zijn betoog over het nut van innovaties voor de sport op de Dag van het Sportonderzoek heeft Ruud Stokvis heel wat tongen losgemaakt. Dat is mooi en terecht. Want het betoog nodigt uit tot aanscherping, verdieping en weerwoord. Lees meer