sporteconomie.nl
TopsportEvenementen

De Winterspelen in Milaan zijn van groter belang dan ooit.

De Olympische Spelen fungeren als een spiegel voor hoe we wereldwijd met elkaar omgaan in een tijd van geopolitieke spanning.

Jelle Schoemaker13 februari 20263 min lezen

De Winterspelen in Milaan zijn van groter belang dan ooit. Oef, grote woorden

Nu Donald Trump de internationale rechtsorde onder druk zet, Vladimir Poetin zijn invloedssfeer met geweld vergroot en AI de zekerheid van ons werk ondermijnt, zijn we beland op een speelveld zonder duidelijke lijnen. Terwijl wereldleiders en Big Tech de regels oprekken, zoeken wij, de bewoners van deze aarde, in dat uitdijende grijze gebied tastend naar houvast voor het juiste.

Voor dat houvast hebben we de blik van de ander nodig. Omdat we onszelf makkelijk voor de gek houden, fungeert die ander als noodzakelijke spiegel. Pas als we zien hoe mensen op ons reageren, krijgen we scherp wat goed of slecht is. Of het nu gaat om voordringen in het openbaar vervoer of het slijmen van onze NAVO topman: onze innerlijke scheidsrechter toetst voortdurend aan de ander of onze strategische slimheid en ons eigenbelang wel door de beugel kunnen.

Sport is de gedroomde arena voor deze morele krachtmeting. Het is een van de weinige momenten waarop de hele wereld naar hetzelfde kijkt, dezelfde duidelijke lijnen en regels ziet en gezamenlijk bepaalt waar de grens ligt tussen edelmoedigheid en valsspelen, tussen eigenbelang en rechtvaardigheid. Het evenement fungeert als een mondiaal kalibratiepunt: we kijken niet alleen naar een wedstrijd, we kijken naar een collectieve onderhandeling over wat we toelaatbaar en wenselijk achten.

Om die onderhandeling te begrijpen, moeten we niet naar de atleten zelf kijken, maar naar de tribunes en de huiskamers. De graadmeter is de toeschouwer: hoe reageert de massa op de tragedies en de heroïek?

Dat zagen we direct na de vreselijke val van Lindsey Vonn. Haar rivale, die op dat moment in de ‘hot seat’ zat te wachten, sloeg bij het zien van de beelden meteen de handen voor haar gezicht. Op de tribunes viel het stil. Niemand, zo dacht ik, van de kijker in Moskou tot die in Peking, voelde leedvermaak toen de Amerikaanse ster per helikopter moest worden afgevoerd. Was het slim of goed van Vonn om te starten? Niemand die zich dat op dat moment afvroeg. We omarmden collectief de moed die ze toonde en sympathiseerden met het risico dat ze liep.

Maar die universele empathie kent zijn grenzen, zo bleek bij Joep Wennemars. Toen hij gehinderd werd, protesteerde het publiek als één man. We stonden niet alleen op tegen de onrechtvaardigheid van de overtreding, maar vooral tegen het verlies van de gedroomde prijs. Opvallend genoeg werd een paar ritten daarvoor een Canadees op vergelijkbare wijze gehinderd, zonder dat er zo’n massale schokgolf of boegeroep door het stadion ging. Dat heeft alles te maken met perspectief. De toeschouwers in de arena waren voornamelijk Nederlands. In de huiskamers van Canada zal er ongetwijfeld gevloekt zijn, maar weinigen voelden misschien dat de Canadees een medaille was ‘ontnomen’. Onze rechtvaardigheidsgevoel kwam tot leven toen er iets, voor ons, op het spel stond. Landelijk was dit dus best een ding, maar hoe keek men internationaal hierna?

Die blik lijkt nogal langs ons heen te gaan. Kijk naar de discussie rondom de schaatspakken. Nederland, Canada en Italië hebben fors geïnvesteerd in deze aerodynamische wonderen. Van de 15 medailles die tot vrijdagochtend 13 februari zijn uitgereikt, gingen er maar liefst 8 naar deze alliantie (vooral Italie profiteert). Toch ontbreekt hier de verontwaardiging die we wel voelden bij Wennemars. Zien we ergens de kritiek terug (in het buitenland?) die de Canadese oud-bankier Mark Carney vorige maand nog in Davos uitte? Hij waarschuwde dat ook binnen de rules-based order (zoals de sport) degene met de diepste zakken het spel naar zijn hand zet. In de sport zie ik, tot nu toe, dat het publiek dit blijft accepteren. Zolang het binnen de regels valt, vinden we financiële ongelijkheid geen reden tot protest.

De normen die we stellen en accepteren op het internationale sportveld zijn echter niet onschuldig. Ze sijpelen ongemerkt door naar complexere vraagstukken. Onze reactie op de tragedie in de sportarena kan een voorbode zijn voor hoe de ander naar ons kijkt bij handelsverdragen, klimaatplannen of de verdeling van medicijnen bij een volgende pandemie.

De komende weken in Milaan zijn daarmee meer dan een jacht op goud; het is een periode van collectieve scherpstelling. Laten we ons bewust zijn van die wisselwerking. Het vraagt van ons dat we niet alleen kijken naar wat de atleet doet om te winnen, maar vooral letten op hoe wij daarop reageren. In die blik van de toeschouwer vinden we de grenzen die we de komende jaren zo hard nodig zullen hebben.

Verder lezen