Wat koop je voor 37,5 miljoen aan olympisch ijs?
Nederland heeft het olympisch schaatsen van 2030 scherp ingekocht. Maar de beloofde verbinding ontstaat niet vanzelf in een stadion met tienduizend stoelen.
In 2030 wordt het olympisch langebaanschaatsen niet in de Franse Alpen verreden, maar in Thialf. Frankrijk heeft geen geschikte baan en wil er geen bouwen. Voor het eerst sinds 1928 komen er dus weer olympische wedstrijden naar Nederland. De publieke bijdrage is 37,5 miljoen euro: maximaal 30 miljoen van het Rijk, 5 miljoen van Fryslân en 2,5 miljoen van Heerenveen.
Afgezet tegen het organisatiebudget van de Franse Spelen, dat bijna 57 keer zo groot is, is dat een scherpe aankoop. Bij de vorige Winterspelen werd meer dan tien procent van de gouden medailles op de schaatsbaan verdeeld, verspreid over het grootste deel van de wedstrijddagen. Nederland krijgt dus een zichtbaar stuk van de Spelen voor een fractie van de kosten. Maar een goede prijs is nog geen maatschappelijke opbrengst. De vraag is wat we er als land voor terugkrijgen.
Twee manieren om de rekening te verantwoorden
De gebruikelijke manier om een evenement te verantwoorden, is kijken naar extra bestedingen: geld dat binnenkomt omdat bezoekers naar Nederland reizen die hier anders niet waren geweest. Dat geldt vooral voor buitenlandse bezoekers. Uitgaven van Nederlanders tellen in die optiek nauwelijks, want dat geld zou anders elders in Nederland zijn uitgegeven.
Een grove schatting maakt duidelijk waar die redenering toe leidt. Met zo'n tienduizend bezoekers per sessie en dertien sessies gaat het om hooguit 130.000 bezoekmomenten. Als een buitenlandse bezoeker per bezoek 250 tot 350 euro in Nederland uitgeeft, komt de opbrengst uit op 32,5 tot 45,5 miljoen euro. Dat ligt in de buurt van de publieke bijdrage, maar alleen als het stadion volledig gevuld is met buitenlandse bezoekers.
De minister legde de nadruk echter ergens anders: het toernooi moet verbinden en inspireren, een feest voor heel Nederland. Die belofte volgt een andere logica. Een Nederlander op de tribune levert geen extra bestedingen op, maar wel een gedeelde ervaring: samen reizen, met onbekenden praten, nog dagen napraten over de races.
Ook dat valt grofweg te becijferen. In ons keuzeonderzoek naar publieke sportaccommodaties waardeerden burgers een extra uur sociaal contact op ongeveer 7,77 euro. Als alle 130.000 bezoekmomenten naar Nederlanders gaan en elk bezoek drie uur contact oplevert, gaat het om ongeveer 3 miljoen euro. In werkelijkheid is het minder, omdat een deel van die mensen elkaar anders ook ergens had gezien. Om de volledige 37,5 miljoen met ontmoetingen te verantwoorden, zijn ongeveer vijf miljoen extra sociale uren nodig. Dat is een schaal die geen stadion kan leveren.
Het feest groter maken dan Thialf
De keuze tussen buitenlandse bestedingen en Nederlandse ontmoetingen is natuurlijk te zwart-wit. Buitenlandse fans maken de sfeer, en er spelen effecten op langere termijn mee. Maar de denkoefening maakt iets duidelijk: wie verbinding belooft, moet die organiseren, en wel buiten het stadion.
Daar is ook een goede aanleiding voor. Uit het MOVES-bevolkingsonderzoek blijkt dat in 2024 16 procent van de volwassen Nederlanders een topsportevenement bezocht en 55 procent er een via de media volgde. Schaatsen bereikt ook mensen die zich geen sportfan noemen. Van de bezoekers en volgers gaf ruim een op de vier aan nieuwe mensen te hebben leren kennen met wie ze later nog contact hadden. Tegelijk neemt het contact met buren en kennissen in Nederland af. Een gedeeld onderwerp dat al leeft, is dan een kans.
De nationale schaal zit in huiskamers, sportkantines, buurthuizen, scholen en woonzorgcentra, en in de reis naar Heerenveen. Denk aan een landelijke loting voor een deel van de kaarten, gezamenlijke reizen, kijkgroepen met buurtgenoten die elkaar nog niet kennen, of oud-schaatsers bij lokale schermen. Of zoiets werkt, weten we nog niet. Een groot scherm kan net zo goed vooral mensen trekken die elkaar al kennen.
Daarom stellen we voor om Thialf 2030 ook te zien als onderzoeksprogramma: ideeën uitproberen, meten wat ze opleveren en bijsturen. Dan levert het toernooi niet alleen een mooi feest op, maar ook kennis over hoe topsport mensen werkelijk samenbrengt.
Verder lezen
Waarom sportcontributies de wet van Baumol ontlopen, en wat dat kost
Sportcontributies stijgen, maar lopen zelden gelijk op met de inflatie. Volgens de economische theorie zou het juist andersom moeten zijn. Dat sportverenigingen die wet weten te ontlopen, heeft een prijs die niet op de contributienota staat.
7 min lezen · 3 interactieve figurenWinnen, maar dan wel goed
Bijna drieduizend Nederlanders verdeelden in een bevolkingsraadpleging zelf het topsportbudget. Ze steunen de medaillejacht, maar willen meer aandacht voor een veilig sportklimaat.
2 min lezen · essayVeertien miljard is nog geen impact
Een indrukwekkend bedrag voor de waarde van sportverenigingen helpt de sport op korte termijn. Op lange termijn kan het de geloofwaardigheid van al het waarde-onderzoek ondermijnen.
3 min lezen · essay