Veertien miljard is nog geen impact
Een indrukwekkend bedrag voor de waarde van sportverenigingen helpt de sport op korte termijn. Op lange termijn kan het de geloofwaardigheid van al het waarde-onderzoek ondermijnen.
Dit voorjaar ging een getal rond dat iedereen in de sport graag hoort. Sportverenigingen zouden samen goed zijn voor 14,1 miljard euro aan maatschappelijke waarde, en elke euro die een gemeente in een vereniging steekt, zou de samenleving tien euro opleveren. Het kwam uit het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen en werd in de media breed overgenomen. Wie verenigingen wil beschermen tegen bezuinigingen, heeft daarmee een argument dat in één zin past.
Dat verenigingen van grote betekenis zijn, staat niet ter discussie. Ze zijn een van de plekken waar mensen fit blijven, elkaar tegenkomen en zich voor anderen inzetten. Juist daarom is het de moeite waard om te kijken hoe zo'n getal tot stand komt. Een bedrag dat het belang van verenigingen moet onderbouwen, is pas een argument als de berekening erachter standhoudt. En daar wringt het.
Wat er gebeurd zou zijn zonder vereniging
Impact is altijd een vergelijking. De vraag is niet wat er bij een vereniging gebeurt, maar wat er gebeurt dankzij de vereniging, in vergelijking met een situatie waarin die er niet was. Een deel van de mensen zou dan elders sporten, een deel ander vrijwilligerswerk doen, een deel elkaar op een andere plek ontmoeten. Alleen wat zonder de vereniging zou verdwijnen, mag je aan de vereniging toeschrijven.
In het rapport ontbreekt die vergelijking. Activiteiten van verenigingen worden gekoppeld aan duurzame-ontwikkelingsdoelen en vervolgens in euro's uitgedrukt, ongeacht of ze zonder vereniging ook hadden plaatsgevonden. Daarmee meet het onderzoek vooral activiteit, en is het strikt genomen geen impactmeting.
Ook de schaduwkant blijft buiten beeld. Blessures, grensoverschrijdend gedrag en de milieukosten van kunstgras horen evengoed bij het verenigingsleven. Een analyse die alleen de positieve kant optelt, levert per definitie een te rooskleurig saldo op.
Een rekensom die niet sluit
Bij het omrekenen naar euro's gaat het vervolgens op meerdere plekken mis. Waarom een doorverwijzing naar hulp precies € 155,60 waard is, wordt niet uitgelegd. Dat het aandeel vrouwen in het bestuur van een club een waarde van één euro meekrijgt, evenmin. De bedragen staan tot op de cent in het rapport, en die precisie suggereert een zekerheid die de onderbouwing niet kan dragen.
Daarna volgt de ophoging naar heel Nederland. De honderd deelnemende verenigingen hadden samen ongeveer 50.000 leden. Omdat Nederland zo'n 26.000 verenigingen telt, zijn de uitkomsten met 260 vermenigvuldigd. Maar wie meedoet aan zo'n onderzoek, is vaak groter en beter georganiseerd dan gemiddeld. Een eenvoudige controle laat zien wat dat betekent: op deze manier zou Nederland ruim 13 miljoen verenigingsleden tellen, terwijl het er in werkelijkheid minder dan 5 miljoen zijn. Alleen al die stap zit er een factor twee tot drie naast.
De bekendste uitkomst, één euro erin en tien euro eruit, is het resultaat van de totale geschatte waarde gedeeld door het gemeentelijke budget. Dat zegt niets over wat een extra euro oplevert, en ook niets over wat er verloren gaat als een gemeente bezuinigt. Wie het getal zo leest, trekt een conclusie die de berekening niet ondersteunt.
Waarom dit ertoe doet
Het is verleidelijk om een getal dat de sport goed uitkomt, niet al te kritisch te bekijken. Maar zulke cijfers hebben een prijs. Als het volgende rapport nog grotere bedragen noemt, wordt het steeds lastiger om zorgvuldig onderzoek te onderscheiden van marketing. Dan verliest uiteindelijk ook de sport zelf aan geloofwaardigheid, juist op het moment dat ze die het hardst nodig heeft in gesprekken over schaarse middelen.
Maatschappelijke effecten in geld uitdrukken kan zinvol zijn, maar alleen waar dat verdedigbaar is en met een eerlijke uitleg van wat je niet weet. Samen met onder meer De Haagse Hogeschool en het Kenniscentrum Sport & Bewegen werken we aan gedeelde begrippen en methoden, en aan onderzoek naar de waarde van sport voor welzijn, zorgkosten en vrijwilligerswerk. Dat gaat langzamer dan één groot getal. Maar verenigingen verdienen erkenning op basis van wat ze aantoonbaar betekenen, niet op basis van een rekensom die niemand kan controleren.
Verder lezen
Waarom sportcontributies de wet van Baumol ontlopen, en wat dat kost
Sportcontributies stijgen, maar lopen zelden gelijk op met de inflatie. Volgens de economische theorie zou het juist andersom moeten zijn. Dat sportverenigingen die wet weten te ontlopen, heeft een prijs die niet op de contributienota staat.
7 min lezen · 3 interactieve figurenWinnen, maar dan wel goed
Bijna drieduizend Nederlanders verdeelden in een bevolkingsraadpleging zelf het topsportbudget. Ze steunen de medaillejacht, maar willen meer aandacht voor een veilig sportklimaat.
2 min lezen · essayWat koop je voor 37,5 miljoen aan olympisch ijs?
Nederland heeft het olympisch schaatsen van 2030 scherp ingekocht. Maar de beloofde verbinding ontstaat niet vanzelf in een stadion met tienduizend stoelen.
3 min lezen · essay