Om het WK Voetbal te redden, moeten we het zelf organiseren.
De toewijzing van het WK 2034 aan Saudi-Arabië markeert een realiteit waarin mensenrechten en milieu de speelbal zelf zijn geworden.
De toewijzing van het WK 2034 aan Saudi-Arabië markeert een realiteit waarin mensenrechten en milieu de speelbal zelf zijn geworden. Dit is niet zomaar een uitkomst van FIFA’s controversiële stemmechanisme, maar een symptoom van een wereldorde waarin verborgen kosten worden afgewenteld op de rest van de wereld. Dat zal de komende jaren vaker voorkomen, tenzij we onszelf gaan verzekeren van een alternatief.
De wijze waarop Saudi-Arabië deze maand de toewijzing van het WK binnenhaalde, toont pijnlijk aan hoe machteloos democratische landen zijn in dit schaakspel. De Westerse wereld dacht goed op weg te zijn toen de FIFA in 2018 besloot de toewijzing van het WK door 24 executive leden te vervangen met een democratischer systeem waarbij alle 211 aangesloten voetbalbonden een stem kregen.
Maar dit systeem, ontworpen om transparantie te vergroten, werd eenvoudig buiten spel gezet. FIFA-president Gianni Infantino gaf het WK van 2026 aan Noord-Amerika en dat van 2030 aan meerdere continenten (Europa, Afrika en zelfs Zuid-Amerika), waardoor het WK van 2034 volgens de regels alleen nog door Azië of Oceanië kon worden georganiseerd.
Met een inschrijftermijn van slechts een maand meldde Saudi-Arabië zich als enige kandidaat, zodat er niets meer te stemmen viel. Het democratische ideaal werd in zijn hemd gezet, terwijl autocratische regimes wederom hun strategische voordeel toonden.
Wat deze regimes zo effectief maakt, is hun strategische lenigheid. Ze zijn niet gebonden aan electorale cycli, publieke verantwoording of transparantie. Ze kunnen van vandaag op morgen miljarden investeren zonder dat iemand vraagt waar het geld vandaan komt. Democratische landen daarentegen zijn gevangen in de kaders van mandaten en publieke controle. Zij kunnen simpelweg niet decennialang vooruit plannen, waardoor ze structureel achterlopen op autocratische staten die het verre speelveld vrij hebben liggen.
De consequentie is vervolgens dat deze regimes de verborgen kosten – mensenrechten, uitbuiting van arbeiders, vernietiging van ecosystemen – afwentelen op de rest van de wereld. Landen als Qatar en Saudi-Arabië kopen prestige, maar de rekeningen worden betaald in verloren mensenlevens en een uitgeputte planeet.
Het is een wrange ironie: waar democratische landen worstelen om aan hun eigen standaarden te voldoen, schaden autocratische regimes zowel mens als milieu en worden ze hiervoor beloond met het mondiale podium.
De wereld reageert hierop vervolgens met opvallende apathie. Waar de toewijzing van het WK aan Qatar nog felle verontwaardiging, publieke debatten en stoere plannen opriep, blijft de reactie op Saudi-Arabië beperkt. Misschien komt dat omdat de eerdere weerstand tegen Qatar uiteindelijk geen verschil heeft gemaakt. Het lijkt alsof de wereld nu volledig heeft geaccepteerd dat sportwashing een gegeven is waar we niets aan kunnen doen.
Decennia geleden waren boytcots een veelgebruikt wapen bij topsportevenementen. Maar de mislukte oproep tot een boycot van Qatar 2022 laat zien dat hedendaagse morele verontwaardiging niet opweegt tegen onze liefde voor het spel. Consumenten bleven kijken, sponsors trokken zich amper terug, en nationale bonden namen geen duidelijke stelling.
Zelfs nu blijft de toon gematigd, ook bij de KNVB. Bij Qatar ging men nog openlijk de confrontatie aan, maar bij Saoedi-Arabië kiest de bond voor diplomatie en verbinding vanwege handels- en diplomatieke banden. Mag je eigenlijk wel meer van een bond en haar voetballers verwachten? In ieder geval is het ongemak voelbaar, maar leidt het niet tot duidelijke actie.
Als sportevenementen georganiseerd zouden worden vanuit de hoogste universele standaarden, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de Human Development Goals, dan legt dat de lat hoog en landen dwingt het anderen om mee te gaan in die standaarden. Onder dergelijke voorwaarden zouden Qatar of Saudi-Arabië prima een toernooi kunnen organiseren. Maar in de praktijk blijft dit streven beperkt tot window dressing of sportswashing. Het ontbreekt aan harde eisen en consequente handhaving, waardoor de werkelijke impact nihil blijft. De internationale (sport)community lijkt niet in staat dit ideaal voor elkaar te krijgen.
Al jarenlang wordt daarom gepleit voor alternatieven. Denk aan ideeën zoals het oprichten van een alternatieve bond of het organiseren van een eigen WK. Maar dergelijke plannen blijven steken in een moeras van verdeeldheid en daadloosheid. Daar komt bij dat deelname aan sportevenementen niet alleen een kwestie van prestige; het heeft ook intrinsieke waarde. De vreugde en verbondenheid die het oplevert binnen een land, en de relaties die worden aangegaan zijn onmisbaar en kunnen niet vervangen worden door een substituut.
Het resultaat is een wereld waarin sport wordt misbruikt als instrument voor macht en invloed, terwijl de verborgen kosten – schade aan mens en planeet – worden afgewenteld op ons allemaal. Sport, als bron van inspiratie en verbinding, is veranderd in een schaakspel waarin democratische landen zichzelf buitenspel zetten.
Als de kosten van nietsdoen, te hoog worden!
Als dit morele ongemak ons iets leert is het dat onze waarden op het spel staan. We kunnen niet blijven klagen over de status quo zonder zelf verantwoordelijkheid te nemen. En die verantwoordelijkheid begint dichtbij huis. Nederland heeft al 11 WK-edities meegedaan zonder ooit een significante bijdrage te leveren aan de organisatiekosten. We hebben geprofiteerd van de inspanningen van anderen, zonder ooit zelf de lasten te dragen. Het is tijd om de wereld een wederdienst te bewijzen.
Wat als we de waarde van sport afmeten aan onze morele verantwoordelijkheid? Als Nederland voor elke uur dat we vanaf nu genieten van een WK, één euro per inwoner opzij zet, zouden we voor 2038 een spaarpot van bijna een half miljard euro opbouwen. Zo’n spaarpot is veel gunstiger, ook politiek gezien, dan dit bedrag in één keer te moeten behappen als klein land als je je kandidaat stelt.
Dit geld zou geen carte blanche moeten zijn om ons direct kandidaat te stellen. Het moet een verzekering zijn tegen situaties waarin het risico bestaat dat een land met destructieve praktijken voor mens en milieu opnieuw het podium grijpt, én er geen goed alternatief aanwezig is. Dat risico is er bijvoorbeeld met China’s ambities om ooit het WK voetbal te organiseren.
De verborgen kosten van nietsdoen heeft zich de laatste WK edities vertaald in hogere maatschappelijke kosten. Denk aan de velen arbeidsmigranten die in Qatar hun leven lieten, of de enorme ecologische impact van luchtgekoelde stadions in de woestijn. Maar ook het komende WK van Amerika, Mexico en Canada verdient helaas geen schoonheidsprijs. De speelsteden liggen zover uit elkaar dat het met recht een ecologische ramp genoemd mag worden. Ook hier gelden de opportuniteitskosten van onze passiviteit.
Een WK voetbal organiseren in ons eigen land organiseren komt met een hoge prijs, maar als je daarmee mensenlevens en het milieu weet te sparen, is het maatschappelijk al snel winstgevend. Door een spaarpot op te bouwen, houden we ons kruit droog en creëren we een reële optie om in te grijpen als de maatschappelijke kosten te hoog worden. Een dergelijk potje biedt ons de kans om de toekomst van het WK te verzekeren en tegelijkertijd te laten zien dat ethisch verantwoorde toernooien mogelijk zijn.
Dit is geen kwestie van financiële middelen alleen. Het is een morele plicht. Als we blijven genieten van een evenement dat steeds verder wegdrijft van de waarden van eerlijkheid, duurzaamheid en respect, zonder actie te ondernemen, verliezen we niet alleen het WK. We verliezen ook de geloofwaardigheid in sport als een middel voor een betere wereld.
Not in Football’s Association
Een dergelijke verzekering is pas effectief als het risico en de lasten gedeeld worden. Het is niet voldoende dat alleen Nederland een spaarpot opbouwt. We moeten samenwerken met landen die dezelfde waarden delen en hetzelfde risico zien. Een NIFA-fonds (Not in Football’s Association) kan een coalitie vormen van gelijkgezinde naties die bereid zijn samen te werken om strategische autonomie te realiseren binnen de sportwereld.
Verdeeldheid is namelijk onze grootste zwakte. Toen Denemarken hun kritiek op Saudi-Arabië temperden na een sponsoring door een Saoedisch staatsbedrijf, was Noorwegen het enige land dat dapper bleef roepen. Maar één land alleen kan de deur niet dicht houden. Alleen door samenwerking kunnen we de machtsbalans verschuiven en een vuist maken tegen sportwashing.
Europa heeft op andere thema’s zoals duurzaamheid, covid-vaccins en defensie al laten zien dat samenwerking mogelijk is, maar in voetbal kunnen en moeten we breder kijken. Landen zoals Japan en Australië hebben vergelijkbare hoge standaarden voor ethische en duurzame evenementenorganisatie. Deze landen kunnen cruciale partners zijn in een NIFA-coalitie. De uitdaging is om de coalitie klein genoeg te houden om vertrouwen te waarborgen, maar groot genoeg om voldoende middelen en dekking te garanderen. Bovendien is belangrijk om voldoende steun te verzamelen als het aankomt op een stemming onder de 211 aangesloten voetbalbonden.
De samenwerking kan ook niet beperkt blijven tot één toernooi. We moeten een duurzaam systeem bouwen waarin de kosten eerlijk verdeeld worden over tijd en werelddeel. Na één organisatie mag de verzekeringspot niet leeg zijn, want anders verschuift het probleem naar vier jaar later.
Deze aanpak brengt spanningen met zich mee. Het risico van neokoloniale tendensen of machtsblokken zoals tijdens de COVID-vaccinaties is reëel. Maar de inzet is te groot om verdeeld te blijven. De planeet en haar mensen verdienen beter. Bovendien gaat het niet om de landen zelf maar op de manier waarop een WK georganiseerd gaat worden. Een gezamenlijke verzekering biedt niet alleen financiële zekerheid, maar ook moreel tegenwicht waarop andere kandidaten moeten reageren met hun plannen en hopelijk de lat weer hoger gaan leggen.
Binnen de NIFA-coalitie valt er nog veel uit te zoeken: bouwen we elk een eigen spaarpot, of delen we een gezamenlijke kas met stemrechten voor de grootste bijdrage? Hoe kunnen we onze eigen ervaren evenementorganisatoren die met hoogwaardige toeleveranciers werken benutten? Zijn we bereid om stadions te huren in werelddelen die aan de beurt zijn voor een WK, mits ze bijvoorbeeld een sterke rechtstaat hebben? Deze vragen moeten we samen zien te beantwoorden in de strategische coalitie.
Cruciaal is echter dat de organisatie van een WK een stuk beter gedaan wordt dan momenteel gebeurt, zodat het plezier van miljoenen mensen niet ten koste hoeft te gaan van mens en planeet.
Verder lezen
Waarom sportcontributies de wet van Baumol ontlopen, en wat dat kost
Sportcontributies stijgen, maar lopen zelden gelijk op met de inflatie. Volgens de economische theorie zou het juist andersom moeten zijn. Dat sportverenigingen die wet weten te ontlopen, heeft een prijs die niet op de contributienota staat.
7 min lezen · 3 interactieve figurenWinnen, maar dan wel goed
Bijna drieduizend Nederlanders verdeelden in een bevolkingsraadpleging zelf het topsportbudget. Ze steunen de medaillejacht, maar willen meer aandacht voor een veilig sportklimaat.
2 min lezen · essayWat koop je voor 37,5 miljoen aan olympisch ijs?
Nederland heeft het olympisch schaatsen van 2030 scherp ingekocht. Maar de beloofde verbinding ontstaat niet vanzelf in een stadion met tienduizend stoelen.
3 min lezen · essay